Falafel: de kruidige kikkererwtenballetjes uit het Midden-Oosten
De term falafel verwijst naar balletjes of schijfjes gemaakt van kikkererwten of tuinbonen (soms een combinatie), op smaak gebracht met verse kruiden en specerijen, en vervolgens goudbruin gefrituurd. De buitenkant is krokant, terwijl de binnenkant zacht en kruidig blijft.
Falafel vindt zijn oorsprong in het Midden-Oosten en is intussen wereldwijd een geliefd gerecht, vooral in de vegetarische en veganistische keuken. Het is rijk aan plantaardige eiwitten, smaakvol en past in allerlei gerechten.
Concreet voorbeeld :
Gedroogde kikkererwten worden geweekt, daarna gemixt met ui, knoflook, peterselie, koriander, komijn, zout en een beetje baksoda. Van dit mengsel vorm je balletjes die je frituurt tot ze mooi krokant zijn. Serveer ze in een pita met rauwkost, ingelegde groenten en een saus op basis van tahini of yoghurt.
Het woord falafel staat voor:
- een plantaardige bereiding op basis van peulvruchten,
- een textuur met contrast tussen krokant en zacht,
- een veelzijdige toepassing: als snack, in een broodje of op een bord.
Zie ook : kikkererwten, tahinisaus, pita.
« Back to Glossary Index